login »
19 augustus 2015

Gebrek aan informatie radicale inwoners belemmert gemeentelijke aanpak

Een gebrekkige informatie-uitwisseling tussen landelijke partijen en gemeenten, belemmert de uitvoering van gemeentelijke taken waar het gaat om de aanpak van radicalisering. Dit concludeert Lili-Anne de Jongh in haar afstudeeronderzoek aan de Universiteit van Leiden.

Dit schrijft Binnenlands Bestuur op basis van de scriptie van De Jongh. "Gemeenten begrijpen goed dat niet alle informatie gedeeld kan en mag worden, maar het belemmert hen wel bij het uitvoeren van hun taken. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat bepaalde gebeurtenissen met geradicaliseerde inwoners niet bekendgemaakt worden aan de gemeente", aldus De Jongh.

Verantwoordelijkheid

Ze sprak voor haar onderzoek met diverse gemeenten, lokale welzijnsorganisaties en wijkagenten over hun rol bij radicaliserende inwoners. Zij zijn tegenwoordig namelijk medeverantwoordelijk voor het uitvoeren van radicaliseringsmaatregelen. Gemeenten werken bij deze maatregelen samen met een aantal landelijke partners zoals het Openbaar Ministerie, de Nationaal Coƶrdinator Terrorismebestrijding en Veiligheid en het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Preventie en signaleringsfunctie wringen

Voor gemeenten ligt de nadruk bij het tegengaan van radicalisering op preventie, maar tegelijkertijd is er in sommige gevallen ook een 'repressieve' taak: het signaleren van mogelijke radicalisering en die informatie doorgeven aan andere partijen. Dit maakt het in de praktijk soms lastig om een vertrouwensband te creƫren met de bewoners.

De gemeenten proberen volgens De Jongh de nadruk toch vooral op preventie te leggen door persoonlijk contact te onderhouden met inwoners en bezoeken af te leggen. "Er wordt bijvoorbeeld voortdurend gevraagd naar de behoeftes van de lokale gemeenschap. De gemeenten zijn daarbij zo transparant mogelijk over hun eigen rol en intenties."