login »

Interview Leon van der Elsen, manager Veiligheidshuis Noord-Limburg

Ontwrichtend, Ondoorgrondelijk en Ongrijpbaar

Met ‘ambitiesessies’ heeft het Veiligheidshuis Noord-Limburg breed draagvlak opgebouwd voor het transitieproces dat ze doormaken. Met het Landelijk Kader als uitgangspunt werken zij toe naar een nieuwe Koers Veiligheidshuis Noord-Limburg. Daarom sprak het programma Doorontwikkeling Veiligheidshuizen met de manager Leon van der Elsen: “Zorgvuldigheid is essentieel.”


Wat was de aanleiding om te starten met het transitieproces van het Veiligheidshuis Noord-Limburg?

“Iedereen was tevreden over het functioneren van het Veiligheidshuis, maar financieel was het niet goed geborgd. Per jaar werd het budget opnieuw vastgesteld, en daardoor was er geen continuïteit. Medewerkers werkten bijvoorbeeld voortdurend op tijdelijke contracten en dat ging ten koste van de kennisopbouw en de betrokkenheid.

Daarnaast was de veranderende wereld, de decentralisatie van de WMO bijvoorbeeld en tegelijkertijd de centralisering van de politie en het OM, aanleiding om ons te bezinnen op de positie van het Veiligheidshuis. Hoe verhoudt het Veiligheidshuis zich tot die veranderende wereld?”

Hoe heb je dat proces vormgegeven?

“Naar aanleiding van die veranderende wereld hebben we ‘ambitiesessies’ georganiseerd met alle betrokkenen van het Veiligheidshuis: op weg naar het werk ontbijtsessies, einde van de middag oploopjes, daarvoor konden mensen zich inschrijven. Zodoende zat bijvoorbeeld een burgemeester met een bemoeizorgmedewerker en een maatschappelijk werker om tafel om zich uit te spreken over de vraag: ‘Wat vinden jullie dat het Veiligheidshuis zou moeten zijn?’

Soms in kleine groepen, maar ook in grotere bijeenkomsten waarin we een terugkoppeling gaven van wat we in de kleine groepen hadden opgehaald. Op die manier voelde iedereen zich gehoord en betrokken, want mensen herkenden wat er gezegd was. De uitkomsten van de ambitiesessies hebben geleid tot een nieuwe koers, die is vastgelegd in het document Koers Veiligheidshuis Noord-Limburg 2014-2017. Die koers is door de Stuurgroep van het Veiligheidshuis vastgesteld en wordt nu ook via hen door de besturen van de betrokken partners vastgesteld.”

Hoe hebben jullie de term ‘complexe casuïstiek’ verder geconcretiseerd?

“Wij zochten naar een model om de definitie van de complexe multi probleem gevallen te vereenvoudigen. Daartoe hebben we de omschrijving vanuit het Landelijk Kader vertaald naar 3 O’s: Ontwrichtend, Ondoorgrondelijk en Ongrijpbaar. Zodoende hebben wij het over O3MP, dat praat veel makkelijker dan wanneer je iedere keer de omschrijving vanuit het Landelijk Kader opsomt. We hebben het Landelijk Kader als uitgangspunt genomen, maar we hebben het ons eigen gemaakt en er concrete invulling aan gegeven.

Zo hebben wij de piramide van het Landelijk Kader, met in de top complexe casuïstiek, bewust gekanteld. In het plaatje in het Landelijk Kader lijkt het alsof het Veiligheidshuis over alles gaat en dat er hiërarchie in zit. In werkelijkheid is dat niet zo en daarom hebben wij de piramide gekanteld. Daarin staan links burgers en ketenpartners. De ketenpartners vormen de eerste lijn en lossen zoveel mogelijk cases op binnen de lokale netwerken. Die cases waar zij niet uitkomen, cases die ondoorgrondelijk, ongrijpbaar en ontwrichtend zijn, zijn de complexe multi probeem gevallen waarover het Veiligheidshuis zich buigt.

Wij noemen dat de O3MP-gevallen. Rond die O3MP-gevallen gaan we regisseren, dossier opbouwen, waardoor we ook trends en ontwikkelingen zien. Als bijvoorbeeld blijkt dat bij een terugkerende zedendelinquent het telkens een probleem is de uitkering pas na zes weken wordt uitbetaald en er geen geschikte huisvesting beschikbaar is, kunnen we dat aangeven bij in dit geval de gemeente. Dan kan de gemeente daar wat aan doen.”

Hoe kijk je terug op het transitieproces tot nu toe?

“Als je in het hele proces zit, lijkt het niet snel genoeg te gaan, maar als je meer afstand neemt, dan zie je dat we al heel veel hebben bereikt. Het is de kunst om, ondanks dat je vaart wilt maken, mensen voldoende te blijven betrekken. Zorgvuldigheid is essentieel. Je kunt een plan op papier zetten, maar dan heb je een plan en dat moet dan nog de organisatie in.

Wij hebben eerst de mensen geconsulteerd, daardoor hebben we veel meer input gekregen, meer betrokkenheid en draagvlak. Wat mij betreft is dit de manier om het te doen! Ik ben er trots op dat we het zo hebben gedaan.”

Welke tips zou je andere Veiligheidshuizen willen meegeven voor een doorontwikkeling?

  • “Neem zorgvuldig de tijd en creëer voldoende draagvlak voordat je met een plan komt. Iedereen die het raakt, moet zich erin herkennen. De werkwijze die wij daarin hebben gevolgd met ambitiesessies is daarin erg waardevol.”
  • “Laat de notie dat de wereld verandert toe in je Veiligheidshuis! Houd voeling met je omgeving, zodat je kunt inspelen op de actuele ontwikkelingen en voorkom dat je straks achter loopt.”
  • “Wees niet bang voor de centraliserende beweging van organisaties. Dat geeft al snel het gevoel van: zij trekken zich terug. Maar; wat maakt dat het lijkt alsof zij zich terugtrekken? En hoe verhoud ik me als Veiligheidshuis daartoe? Denk met hen mee en houd focus op waar het Veiligheidshuis van is, zodat de partner er is op het moment dat je hem als Veiligheidshuis nodig hebt.”